Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
157-
34. vraagstuk.
Warneer men door een sterrekundig jaarboek de lijden kenl,
op welke hei begin, midden en einde van eene partiële of totale
maansverduistering plaats grijpt, vraagt men, door middel van
de aardglobe , te bepalen :
1. de plaatsen der aarde, waar men het begin der verduis-
tering hij het op- en ondergaan der maan kan waar-
nemen ?
2. de plaatsen, waar men'het begin der geheele of totale
verduistering bij het op- en ondergaan der maan kan
zien ?
3. de plaatsen, waar men het midden van de totale ver-
duistering ziet, terwijl de maan op- of ondergaat?
4. de plaatsen, waar men het einde der geheele of totale
verduistering ziet, wanneer de maan op- of ondergaat^
5. de plaatsen, waar men het einde der verduistering bij
het op- én ondergaan der-maan ziet?
6.' de plaatsen der aarde, waar men de verduistering van
het begin tot hei einde sal zien ?
Daar de zon de eene helft van de ondoorschijnende
aarde verlicht, zoo moeten er zich , achter het niet
verlichte deel, plaatsen in de hemelruimte bevinden ,
van waar men de zon niet kan zien , of met andere
woorden, plaatsen in de hemelruimte, die door de
zon niet verlicht kunnen worden , dewijl de ondoor-
schijnendheid der aarde zulks belet.
De verzameling van al die plaatsen is een kegel, die-