Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
174-
33. VRAAGSTUK.
De hoogte en het azlmuih der planeten voor een gegeven
uur. van een dag des jaars, als ook den tijd van opgang,
culminatie en ondergang, door middel van de aardglobe, te
vinden ?
In de Connaissance des Temps vindt men delengte
en breedte, rechte opklimming en declinatie voor Mer-
curius van 3 tot 3 dagen , voor Venus en Mars van 6
tot 6, voor Jupiter van 8 tot 8, voor Saturnus vaa
10 tot 10 en voor Uranus vaa 15 tot 15 dagen opge-
geven. In het jaarboek van encke echter voor Mer-
eurius en Venus van 2 tot 2 , en voor de andere pla-
neten van 4 tot 4 dagen. Ook kan men bij de oplos-
sing van dit vraagstuk van het Populair Sterrekundig
Jaarboek van Prof kaiser, te Amsterdam bij j. c. a.
6ülpke uitgegeven , zeer goed gebruik maken.
Om nu de hoogte en het azimuth voor het gegeven
uur van een dag te vindèn , handelt men geheel op de-
zelfde wijze, als in het vorige vraagstuk voor de maan
is opgefi;even, en daar de planeten in 24 uren niet zoo
spoedig van plaats veranderen als de maan, kan men
ook , door middel van de aardglobe, met eenige juist*
heid, den tijd van den opgang, van de culminatie en
van den ondergang zoeken.
Waanneer men dan de plaats van de planeet, ten
opzichte van het vlak van den equator, bepaald, en de
globe overeenkomstig d« breedte van Amsterdam ge-