Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
173-
Aldus heeft men de rechte opklimming en de decli-
natie der maan, en kan men den stand van dit hemel-
lichaam , ten opzichte van het equatorvlak, op de
aardglobe bepalen; men zoekt namelijk het punt van
den equator, dat lOO'ST'lS" rechte opklimming heeft,
brengt die plaats aan den algemeenen meridiaan en
telle op dien meridiaan 25"39'ö6" naar boven; de plaats
der globe, die zich juist onder dien graad bevindt ,
téekent men met een fijn potlood aan.
Vervolgens zoekt men de lengte van de zon voor den
16 December, waarvoormen den 24sten graad in den Schut-
ter zal vinden, brengt dezen graad van de ecliptica aan
den verdeelden rand van den algemeenen meridiaan, na-
dat men de globe overeenkomstig de breedte van Am-
sterdam geplaatst heeft, en stelt den uurwijzer op 12
uren middag. Nu beweegt men de globe, in de richting
van het oosten naar het westen , tot de uurwijzer het
10de uur in den avond aanwijst. Wanneer men in
dezen stand der globe den verticaalcirkel in het top-
punt vastschroeft, en met den verdeelden rand langs de
gevondene plaats der maan legt, dan zal men op den
verticaalcirkel de hoogte 450, en op den horizon het
azimuth 71° beoosten het zuiden af lezen.
Door de aanmerkelijke verandering van de plaats
der maan in 24 uren, is het niet mogelijk , om met
eenige juistheid, zooals met betrekking tot de zon
geschied is, den tijd van opgang, culminatie en onder-
gang der maan, door middel van de globe, te be*
palen.