Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
169-
Op (leze wijze gaat men voort en plaatst de aarde
achtervolgens in de verschillende deelen van hare loop-
baan, b. v. in haren versten afstand van de zon, als
wanneer men de zon in den zomerzonnestand ziet; in
die junten der loopbaan , waaruit men de zon in het
herfstpunt, in het winterzonnestandspunt enz. «iet,
steeds de globe overeenkomstig eene breedte stellende,
die gelijk is aan de declinatie der zon , «n dan zal
men steeds dezelfde verschijnselen opmerken, die vroeger
uit de beweging der zon, in de verschillende teekens
van de ecliptica , werden afgeleid.
30. VRAAGSTUK.
Boor middel van de aardglobe den stand van de as der
aarde, ten opzichte van het vlak van hare loopbaan of het vlak
van de ecliptica, voor te stellen ?
Gelijk vroeger gezegd is, helt het vlak fran de eclip-
tica met een hoek van 23°27'30" op het vlak van den
equator, waaruit volgt, dat de aardas en haie projectie
op het vlak van de ecliptica een hoek van ee^SiiaO"
met elkander maken. Daarom stelle men de glóbe
overeenkomstig 66"32'30" noorder breedte, dan ziet men ,
dat het vlak van de ecliptica in het vlak van den
horizon valt, en de aardas een hoek van 68°32'8e"
met dat vlak maakt. Neemt men dns aan, dat de ho-
rizon der globe hojt vlak van de loopbaan voorstalt,
dan ziet men in dezen stand der giobe, ds helling van