Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
147-
jlat (Ie uurwijzer zich 6 uren verplaatst lietft; dag en
nacht duren derhalve in dezen «tand der aarde ieder
12 uren, en zijn dus over de geheele aarde gelijk: al
de parallelcirkels der narde toch staan loodrecht op den
schaduwcirkel en worden door dezen cirkel in twee ge-
lijke deelen verdeeld , zoodat eenige plaats door de
omwentelende beweging der aarde, even zoo lang bo-
ven als beneden den schaduwcirkel blijft. Aan de
noordpool eindigt de nacht, aan de zuidpool de dag,
Is de aarde na dezen stand een weinig in hare
loopbaan gevorderd , dan ziet men de zon niet meer
in het lentepunt; maar ten oosten van het lentepunt
in de ecliptica, boven het vlak van den equator, ter-
wijl de aarde zelve zich beneden dit vlak bevindt.
Nemen wij aan dat de aarde (uit de zon gezien) 60o in
hare loopbaan gevorderd is, dan zal men de zon uit
de aarde 60° ten oosten vau het lentepunt, dus in
het begin van de Tweelingen, en ongeveer 20° boven
het vlak van den equator zien: de noorder declinatie
der zon is dan voor dezen stand der aarde 20°.
Om den schaduwcirkel der aarde voor dezen stand
voor te stellen , plaatse men de noordpool 20° boven
den noorder horizon; dan stelt de horizon der globe
weder den schaduwcirkel der aarde voor. Beschouwt
men de aardglobe aldus geplaatst , dan ziet men, d?t
de as met een hoek, gelijk aan de declinatie der zon,
op den schaduwcirkel helt; — dat die schaduwcirkel en
de equator, beide groote cirkels, elkander midden-
door snijden, en dus de bewoners onder den evenaar,
10»