Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
146-
29. VRAAGSTUK.
®oor middel tan de aardglobe aan te toonen, dat de ver-
»ehijntelen, mei betrehlnng tot de zon, door de beweging der
aarde in de ecliptica, dezelfde zijn, ah die, welke vroeger
(lie 17. vraagstuk) uit den loop der zon in de ecliptica zijn
afgeleid.
Dit vraagstuk moet voornamelijk dienen om te be-
wijzen , dat de verschijnselen, die in eenige vorige
vraagstukken uit den loop der zon in de ecliptica
werden afgeleid, even goed door eene beweging der
aarde in de ecliptica kunnen worden verklaard.
Laat ons beginnen met de aarde in dat punt van
hare loopbaan te plaatsen, in hetwelk men de zon in
het lentepunt ziet; dan bevinden zich zon en aarde
in de snylijn van het vlak der ecliptica met den equa-
tor, en men ziet van de aarde de zon zoowel in den
equator als in de ecliptica, waaruit dus volgt, dat in
dien stand der aarde de declinatie der zon nul is.
Men stelle daarom de globe overeenkomstig de
breedte nul, dan liggen de beide polen der aarde in
den schaduwcirkel, welke schaduwcirkel met een me- ■
ridiaan der aarde samenvalt. Brengt men nu eene i
willekeurige plaats der aarde aan den verdeelden rand
van den algemeenen meridiaan, den uurwijzer op 12
nren middag stellende, en beweegt men de globe in i
de richting van het westen naar het oosten, totdat;
de plaats in den schaduwcirkel valt, dan zal men zien,