Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
XIV
Bladz
2. De plaatsen, waar men de zon ziet opkomen ?
3. De plaatsen , waar het middag is ?
4. De plaatsen, waar de zon ondergaat?
B. De plaatsen, waar de avondschemering eindigt? . 124.
25. Vraagstuk. Wanneer voor eene gegevene plaats A
de zou opkomt of ondergaat, al de plaatsen der
aarde te vinden, waar men de zon, op denzelfdeu
tijd als te A, ziet opkomen of ondergaan? . . . 129,
2 6. Vraagstuk, a. Voor eene gegevene breedte:
1. de lengte van een gegeven dag des jaars,
2. den längsten en kortsten dag,
door middel van den schaduwcirkel der aarde te
bepalen?..............130.
b, 1. Wanneer de lengte van een gegeven dag
des jaars ,
2. Wanneer de duur van den längsten dag ge-
geven is,
de breedt» van de plaats der aarde te vinden? . 133.
27. Vraagstuk. De dagen van het jaar te vinden,
op welke de langste dag en de langste nacht be-
gint en eindigt voor de bewoners der aarde tusschen
de poolcirkels en de polen? .......135.
28. Vraagstuk. Den duur van de schemering te be-
palen voor plaatsen tusschen de poolcirkels en de
polen gelegen ?............143.
39. Vraagstuk. Door middel van de aardglobe aan
te toonen, dat de verschijnselen, met betrekking
tot de zon , door de beweging der aarde in de eclip-
tica, dezelfde zijn als die, welke vroeger {zie 17.
Vraagstuk.) uit den loop der zon in de ecliptica
zijn afgeleid ............146.