Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
kiui ition reeds opmerken, dat de langste nacht in de
noorder koude luchtstreek langer duurt, naarmate de
plaatsen Zich verder van den noord poolcirkel verwijderen.
Neemt de zuider declinatie der zon allengs af, dan
wordt ook de hoek, dien de as der aarde met hare
projectie op het vlak van den schaduwcirkel maakt ,
kleiner; is de zuider declinatie der zon tot op 3 O
graden afgenomen, dan zal die hoek oofe 20 gïaden
bedragen; plaatst men dus de globe overeenkomstig
20° zuider breedte, dan bevindt zich de noordpool
20° beneden den horizon, en gedurende de omwenteling
der aarde om hare as , zal de parallelcirkel van 70°'
noorder breedte het vlak van den schaduwcirkel aan-
raken. Terwijl de zon 20" zuider declinatie in de
klimmende teekens heeft, ziet men dus op 70° noorder
breedte voor het eerst de zon aan den horizon , nadat
zij een geruimen tijd beneden den horizon was geble-
ven, maar op hetzelfde oogenblik ziet men ook de zon
weer ondergaan: evenwel is de langste nacht aldaar
geëindigd, waat op de volgende dagen , wanneer de
zuider declinatie der zon steeds kleiner wordt en dus
ook de hoek, dien de as der aarde met hare projectie
op het vlak van den schaduwcirkel maakt, komt reeds
een gedeelte van den genoemden parallelcirkel boven
den schaduwcirkel, en dit gedeelte wordt des te groo-
ter, naarmate de zuider declinatie der zon kleiner
wordt. Is de declinatie der zon nul, pf bevindt zich
de zon in het lentepunt, dan blijft , gedurende de
omwenteling der efarde om hare as, de helft van den