Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
den, ten opzichte van den schaduwcirkel, dan bemerkt
iffien , dat, gedurende de oniwenteling der aarde om
hare as, van het westen naar het oösten, in den eer-
sten stand de plaatsen der aarde tusschen den noord-
poolcirkel en de noordpool niet beneden, en de plaat-
sen tusschen den zuidpoolcirkel en de zuidpool niet
boven den schaduwcirkel komen. In den tweeden stand
heeft Juist het omgekeerde plaats; alsdan blijven de
plaatsen van de noorder koude luchtstreek steeds be-
neden, en die van de zuider koude luchtstreek steeds
boven den horizon. Ook merke men op, dat in deze
beide standen de helling van de aardas met het vlak
van den schaduwcirkel, of liever de hoek, dien de as
der aarde met hare projeetie op het vlak van den scha-
duwcirkel maakt, de grootste waarde 23''27'30" heeft
bereikt; de kleinste waarde van dien hoek vindt men
ten tijde dat de declinatie der zon nul is.
Zij de globe nog voor een oogenblik in den tweeden
stand geplaatst, dus in den stand van de aardas met
betrekking tot den schaduwcirkel, ten tijde dat de zon
hare grootste zuidelijke declinatie bereikt heeft. Draait
men de globe om hare as , in de richting van het
westen naar het oosten, dan blijft het nacht voor de
plaatsen van de noorder koude luchtstreek; de plaat-
sen, die het dichtst bij den noordpoolcirkel liggen , na-
deren het meeat tot het vlak van den schaduwcirkel;
de plaatsen onder den noordpoolcirkel komen in den
schaduwcirkel , en hare bewoners zien de zon opkomen,
doch op hetzelfde oogenblik ook weer ondergaan. Ook