Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
meridiaan op de globe is) onder den verdeelden rand'l
van den algemeenen meridiaan en stelle den uurwijzerr
op 12 uren middag; Vervolgens draaie men de globe,
in de richting van het westen aaar het oosten , tot det
uurwijzer zich zoo veel uren verplaatst heeft, als dec
helft van den gegeven dag bedraagt. Ziet men nu opj
den eersten meridiaan welken graad van dezen meri-
diaan den oostelijken schaduwcirkel snijdt, dan heeft'
men de gevraagde breedte.
2. Om het 2de gedeelte op te lossen, plaatse men dec
globe overeenkomstig eene breedte, die gelijk is aam
de grootste noordelijke of zuidelijke declinatie den
zon, dus overeenkomstig 28"27'30" noorder of zuidert
breedte. Vervolgens brenge men weder den eersten-
meridiaan onder den verdeelden rand van dep algemee-
nen meridiaan, stelle den uurwijzer op 12 uren middagj
en draaie de globe, in de richting van het westen
naar het oosten, tot de uurwijzer zich zoo veel urenL
verplaatst ieeft, als de halve duur van den gegeven:
längsten dag bedraagt. Het punt van den eersten:
meridiaan, dat in dezen stand der globe den oostelij-
ken schaduwcirkel snijdt, wijst de gevraagde breedte
aan , die men noordelijk en zuidelijk kan nemen.
Was de kortste dag gegeven, dan zou men geheel
op dezelfde wijze handelen.
Bijv, Men vraagt de breedte der plaatsen te vinden,
waar op den 14 October de dag 16 «ren en waar det
langste dag 18 uren duurt?
Daar de zuidelijke declinatie op den 14den Octoberi