Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
131-
OTrwijzer op 12 uren middag geplaatst heeft, dau zal
Bi' het aantal uren j dat de uurwijzer zich verplaatst, tot-
dat de gegevens plaats aan den oostelijken'horizon of
schaduwcirkel komt, de lengte van den^lialvèn dag
aanwijzen, want dit is de tijd, gedurende welken de
plaats na den middag boven den schaduwcirkel blijft,
fl. Om den längsten en kortsten dag voor eene gegevene
breedte te vinden, plaatst men de globe overeenkomstig
eeoe breedte, die gelijk is aan de grootste noordelijke
of zuidelijke declinatie der zon, want de langste en
Jcortste dag valt in, ten tijde dat de zon de grootste
noordelijke en de grootste zuidelijke declinatie bereikt
heeft. Laat ons aannemen y dat de zon hare grootste
noordelijke declinatie heeftdan verheft- men denoord-
pool 23"27'3ö" boven den noorder horizon; in dezen
stand der globe stelt dus de horizon V voor èene ge-
gevene noorder breedte, deu Bchaduwcirkel, ten'tijde
van den längsten dag, en, voor eene gegevene zuider
breedte, den'schaduwcirkel van den kóftsteA dag des
jaars voor. Vervolgens brengt men eeue pläats der
aarde, die de gegevene breedte heeft, a»n den ver-
deelden rand van den algemeenen meridiaan en stelt
den uurwijzer op 12 uren middag r beweegt men nu de
globe om hare as , in de richting van bet westen naar
het oosten, tot de plaats op dc gegevene breedte aan
den oostelijken schadttWcirkeD komt, dan zal de uur-
wijzer zich;, even "als in het 1ste gedeelte 'Van dit
vraagstuk, zöö veel ufen veïplaatsen', als de tijd be-
draagt yi tusschen den middag en het ondergaan der