Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
6. 18'' beneden den ooatelijken horizon, dan eindigt
de avondschemering voor B én zal de uufwyzer den
. tijd voor A aanwijzen.
Het spreekt van zelf, dat men in eik dezer vijf ge-
vallen verschillende plaatsen kan nemen; om de een-
voudigheid zijn hier voor de vijf gevallen dezelfde plaat-
sen genomen. "
Bijv. Men vraagt, hoe laat het t« Amsterdam is ,
wanneer op den 1 Mei te Nieuw-Yórk de morgensche-
mering begint, de zon opkomt, de zon culmineert, de
zon ondergaat, de avondschemering eindigt ?
Nadat men de globe weder overeenkomstig 15' noor-
der breedte en Amsterdam aan den algemeenen meri-
diaan geplaatst heeft, den uurwijzer op 12 uren middag
«tellende, brengt men Nieuw-York 18° beneden den
westelijken schaduwcirkel; dewijl de uurwijzer zich
3'/, uur verplaatst heeft of 3'/, uur na den middag
aanwijst, moet men 3'/, van 12 aftrekken, waardoor
men 8 '/j «ur 'óór den middag vindt. Op dezelfde wqze
ziet men , dat het te Amsterdam 10 '/j uur vóór den
middag , 5 V« uur na den middag, 12 uren middernacht,
3 uur na middernacht is , wanneer te Nieuw-York ,de
zon opkomt, culmineert, óndergaat en wanneer aldaar
de avondschemering eindigt. 'i i)
25. 'VRAAGSTUK. '
Wanneer voor eene gegevene plaah A de zon opkorntbf on-
'vgaat, al de plaaiien dtr aarde te vinden, loaar men de
n, op denzelfdan tijd als te A, ziet opkooien of ondergaan?
9