Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
138-
Wanneer de dag des jaars gegeven is , vraagt men, hoe laat
het op eene plaats A is , wanneer op eene andere plaats B
1. de morgenschemering begint ?
2. de zon opkomt?
3. de zon op den middag door den meridiaan gaat ?
4. de zon ondergaat?
.5. de avondschemering eindigt'?
Men plaatse wederom de globe overeenkomstig
eene breedte, die gelijk is aan de declinatie der zon
op den gegeven dag des jaars , dan is de horizon der
o-lobe de schaduwcirkel der aarde voor den georeven
• o o o
dag. Vervolgens brenge men A aan den verdeelden
rand van den algemeenen meridiaan en stelle den
uurwijzer op 12 uren middag.
Om nu de voorgestelde vragen op te lossen, brenge
men de plaats B
1, IS** beneden den westelijken horizon of schaduw-
cirkel; dan begint voor B de morgenschemering, en
wijst de uurwijzer het uur of den tijd van A aan;
■2. in den westelijken schaduwcirkel ; want dan gaat
voor B de zon op , en ziet men, welken tijd de uur-
wijzer voor A wijst;
-S. aan den verdeelden rand van den algemeenen meri-
diaan: alsdan culmineert de zon of is het middag
voor de plaats B en kan men zien, welken tijd de
uurwijzer voor A geeft;
4. in den oostelijken schaduwcirkel; dan gaat voor
B de zon onder en men ziet weder het uur .voor A;