Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
125-
2. De plaatsent waar men de zon ziet opkomen?
3. De plaatsen, waar het middag is?
4. De plaatsen, waar de zon ondergaat ?
5. De plaatsen, waar de avondschemering eindigt?
Men stelle de globe overeenkomstig eene noorder
of zuider breedte, die gelijk is aan de noorder of
zuider declinatie der zon voor den gegeven dag des
jaars, dan bevindt zich de zon in het toppunt en
stelt de horizon der globe den schaduwcirkel der
aarde voor. Vervolgens brenge men de gegevene
plaats der aarde aan den verdeelden rand van den al-
gemeenen meridiaan, stelle den uurwijzer op 12 uren
middag en draaie de globe , in de richting van het
westen naar het oosten , tot de uurwijzer het gegeven
uur van den dag aanwijst, zoodanig, dat, wanneer b.v.
4 uren na den middag gegeven is, de wijzer op 8 uren
in den morgen moet staan.
Heeft men de globe in dezen stand, dan vindt men
het volgende :
1. De plaatsen der aarde, alwaar de morgenschemering
een aanvang neemt", bevinden zich 18® beneden den
westelfken horizon: neemt men derhalve 18® van den
equator tusschen de punten van een passer en laat
men het eene punt van den passer langs het westelijk
deel van den schaduwcirkel gaan, dan zal het andere
punt over al de plaatsen der aarde gaan, waar de
morgenschemering begint ; of anders, men bewege den
verticaalcirkel zoo langs de westelijke helft van den