Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
21. vraagstuk.
Voor een gegeven dag des jaurs, den stand can den sckaduw-
irket der aarde, dat is, den cirkel, die het dour de zon
erlichte deel van het donkere scheidt , met betrekking tot de
ard- of hemelas te vinden ?
Denkt men zich eene lijn, die het middelpunt der
zon met het middelpunt der aarde vereenigt, dan zal
het punt van de aarde, waar de lijn de aarde ontmoet,
klaarblijkelijk de zon in het toppunt hebben; indien
men zich nu een grooten cirkel op de aarde voorstelt»
waarvan alle punten zich 90° van het genoemde punt
verwijderen, of waarvan dit punt de pool is, dan noemt
men dien cirkel de schaduiocirkel der aarde; want
verbeeldt men zich lijnen uit de zon getrokken, die de
aarde aanraken, dan zullen die lijnen de aarde volgens
dezen schaduiocirkel aanraken; het gedeelte van de
aarde , door dien cirkel begrensd en naar de zon ge-
keerd , zal door de zon verlicht worden; het andere
gedeelte zal daarentegen donker blijven.
Wil men derhalve dezen schaduiocirkel voor een
gegeven dag des jaars door middel van de aardglob i:
voorstellen, dan zoeke men vooreerst de lengte o'
de plaats der zon, als ook hare declinatie voor dien
dag, en neme aan, dat die lengte voor den gegeven
dag niet verandert; om nu de zon in het toppunt te
krijgen, stelt men de globe overeenkomstig eene
noorder of zuider breedte, die gelijk is aan de
noorder ol zuider declinatie der zon voor dien'dag;