Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
113-
Plaatst men de zon in het volgende teeken, den
Leeuw, dan wordt de hoogte der zon op den mid-
dag weder geringer, de dag korter en derhalve de
nacht langer, terwijl de punten van den horizon,
waarin de zon opkomt en ondergaat, weder dichter
bij het ware oosten en westen liggen.
Is de zon in het begin van de Weegschaal of in
de herfstsnede, dan heeft men dezelfde verschijnsels,
als wanneer zij in het begin van den Eam of in het
lentepunt staat.
Gaat men voort de zon in de volgende teekens:
Weegschaal, Schorpioen en Schutter, te plaatsen, dan
bemerkt men, dat de dagen steeds korter , en omgekeerd
de nachten steeds langer worden , dat de hoogte der
zon op den middag steeds geringer wordt en de pun-
ten van den horizon, waarin de zon opkomt en on-
dergaat , die thans niet meer ten noorden , ntaar ten
zuiden van het ware oosten en westen gelegen zijn,
zich hoe langer hoe verder van het ware oost- en
westpunt verwijderen.
Stelt men de zon in het begin van deii Steenbok
of in den winter-zonnestand, dan is de middagshoogte
der zon het kleinst, namelijk De zon komt
,('s morgens om S'/^ uur op en gaat 's namiddags om
3^/4 uren onder: het is de kortste dag, de aanvang
van, den winter. Ook zijn de punten van den hori-
zon, waarin de zon opkomt en ondergaat, nu het verst
ten zuiden van het ware oosten en westen verwijderd.
In de volgende teekens: Steenbok, Waterman en
8