Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
lüS
Laat men de klimmende teekens door den horizon i
gaan, dan ziet men, dat ongeveer de 24- graad van dem
Ram met de gegevene amplitudo overeenstemt, en zoekt t
men dezen graad van den Ram op den horizon , dan
vindt men den 14 April : brengt men verder deze phuits
van de zon aan den algemeenen meridiaan, zoo ziet
men, dat de declinatie der Zon ongeveer 9"30' n. is,,
en draait men nu de globe tot de 24 graad van den
Eam aan den westelijken horizon komt, nadat men»
den uurwijzer op 12 uren middag geplaatst heeft , dam
wijst de uurwijzer 6Y4 uur aan, dat is: de uurhoek
der zon bij haren ondergang of de duur van den hal-
ven dag.
Men vraagt den uurhoek der zon bij haren ouder-
gang of de lengte van den dag, en de declinatie of
de plaats der zon in de ecliptica of den dag des jaars i
te bepalen :
wanneer de zon , in de klimmende teekens, te Am-
sterdam , 30° amplitudo benoorden het oosten heeft?
wanneer de zon, in de dalende teekens, te Batavia,
20" amplitudo bezuiden het oosten heeft?
wanneer de zon in de dalende teekens, te Peking,,
amplitudo bezuiden het westen heeft?
'ó. Foor eene gegevene plaats te bepalen de dagen ^ op welke
*äe zon, op een gegeven tijd, opkomt en onder gaai, en de
streek de^ horizons van dien op- en ondergang?
Men stelt de globe overeenkomstig de breedte van