Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
IX) T
Dewijl' de zou in de noordelijke en tvenzöo in de'
zuidelijke teekens van den dierenriem , tweemaal 'sjaars
in dezelfde streek des horizons opkomt en ondergaat,
moet men nog daarenbo^'en wetrn in welke teekens ,
in de klimmende of dalende, de zon zich bevindt;zij'
b. V. ffeireven-, dat de zon zich hy dc klimmende tee-
Of *
kens bevindt, dfur stelle meiv wedèr de globe overeen-
komstig de breedte' van de g^'gevene plaats, late de
klimmende teekens door den ooetelijken of westelijken
horizon gaan en zie welk punt van- dat gedeelte der
ecliptica met dc gegevene streek des horizons overeen-
komt. Op die wijze heeft* men de lengte der zon
gevonden, en kan men nu op de globe de declinatie
en op den horizon den dag vinden, waarmede die
lengte overeenstemt.
Heeft men de plaats der- zon aldus bepaald, dan
brenge men dit punt van de ecliptica aan den ver-
deelden rand van den algemeenen meridiaan eu stelle
den uurwijzer op 12 uren middag: wanneer thans de
plaats de!" zon aan den westelijken horizon gebracht
wordt , zal de uurwijzer den uurhoek der zon , of de ■
lengte van den' halven dag of den tijd van den on-
dergang der zon aanwijzen.
Laai ona aatinemen, dal de amplitudo der zon \ benoorden*
liét oosten is , of dat de zon in de streek oost noord oost o.
opkomt, ten tijde dat zij ziek in de klimmende teekens hemndi\.>
voor de breedte van Amsterdam: vraagt men de plaats derzon^
of hare declinatie als ook de lengte van den dag te zoeken»