Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
Nadat men de globe overeenkomstig dc breedte van
Amsterdam, en de plaats der zou voor d<iH 13 Septem-
ber, waarvoor men den 20 graad in de Maagd vindt,
aan den verdeelden rand van den algemeenen meridi-
aan geplaatst heeft, stelt men den uurwijzer op 13
uren middag. Brengt men nu den 20 graad van de
Maagd aan den oostelijken horizon, dan ziet men, dat
de ion in de streek oost ten noorden, en wei onge-
veer 's morgens öYj uur, opkomt. Brengt men daaren-
tegen den 20 graad van de Maagd aan den westelijken
horizon, dan ziet men, dat de zon 's avonds 6 uur,
in de streek west ten noorden ondergaat.
Tevens ziet men, dat de amplitudo der zon by den
■opgang 7° benoorden het oosten en bijgevolg ook bij
het ondergaan 7'' bezuiden het westen is.
Op den 13 September is de lengte van <ien dag voor
de breedte van Amsterdam derhalve 2 x ö'/j = 13
uren en de duur van den nacht 24—13 of 2x5*72 =
11 uren.
Men vraagt voor de breedte van Parijs, Petersburg
en Eio-Janeiro , de amplitudo eu den tijd van den op-
en ondergang der zon , alsmede de lengte van den dag
te vinden, op 1 Januari, 20 Maart, 2 5 Mei, 1 Sep-
tember en 20 November.
b. Wanneer de breedte der plaats en de amplitudo of de
'Streek des horizons, waarin de zon opkomt of ondergaat, ge-
geven zijn, den dag van het jaar en de lengte van dien dag
of den uurhoek der zon te vinden ?