Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
105-
OTT zeltè den niirwijzeT op 12 nren middng. In de'
onderstelling , , dat de algemeene meridiaan de meridiaan
dèr gegevene plaats op de aarde is, heeft men dan den
stftnd der zon voor den middag van don gegeven dag.
Nu draaie men de globe tot do plaats der zon in
de ecliptica aan den oostélijken horizon komt, dan
ziet men op den' horizon de streek, waarin de zon
opkomt, of wel dè amplitudo der zon , en wijst de
uurwijzer den tijd van dien opgang aan. Brengt men
daarentegen dé plaats der zon aan den westelijken
horizon, dan zal meu de streek des horizóns, waarin
de zon ondergaat, en' door den uurwijzer, den tijd,
waarop zij ondergaat of den uurhoek dér zon, vinden.
Dewijl verder de dag- en nachtbogen der zon, door
den meridiaan der plaats, in twee gelijke deelen wor-
den verdeeld, behoeft men slechts de uren na de bovenste
culminatie of den tijd van den ondergang met 2 te
vermenigvuldigen , om den dagboog of de lengte van
den dag, en evenzoo de uren na de benedenste culminatie
of den tijd van de opkomst met 2 te vermenigvuldigen , ^
om den nachtboog of de lengte van den nacht te vin-
den ; de zon gaat dus even zoo veel uren nadenmid-'
dag onder, als zij voor den middag opkomt; heeft mer.»
derhalve den tijd van de opkomst, dan kan hieruit ge-""
makkelijk de tijd van den ondergang gevonden worden.^-
Om dit vraagstuk op een voorbeeld toe te'passen j-
zullen wij den iijd en de amplitudo mn den op' en on^
dergang der zon zoeken mor de breedte van Amsterdam '
op den 13 September,