Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
101-
(lat punt aan den verdeelden rand vau den algemeenen
meridiaan, en stelt den uurwijzer op 12 uren middag;
vervolgens bewege men de globe om hare as , tot de
uurwijzer het uur van den dag aanwijst, dat dc. gege-
vene uurhoek der zon te kennen geeft, of men late,
de globe in de richting van het oosten naar het westen
draaiende, zoo veel graden van den equator döor dfen.
algemeenen meridiaan gaan , als^ het aantal gradten van
den uurhoek bedraagt. Nu bewege men den algemeenen
meridiaan in de sleuven van den horizon , en den niet
vastgeschroefden verticaalcirkel even zoo veel graden in
tegenovergestelde riohting, zoodat deze in het (»ppunt
blijft, totdat het punt van den verticaalcirkel, dat het
gegeven aantal graden zonshoogte aanwijst, langs de
plaats der zon valt: dan vindt men op den horizon
het azimuth der zon, en de hoogte van de pool boven
den horizon is tevens de breedte van de plaats.
Zij b. v. gegeven, dat de declinatie 2 0" n., de
uurhoek 30» of 2u , en de hoogte der zon 50" is, dan
zal men volgens de beschrevene handelwijze vinden ,
dat het azimuth der zon is 46° bewesten het zuiden
en de breedte van de plaats 52<i n. breedte.
Tot oefening losse men nog , door middel van" de
aardglobe , de volgende vraagstukken op:
1. Gegeven zijnde de n. breedte 48", de n. declinatie
23o en het azimuth der zon 65® beoosten het zuiden»
vraagt men den uurhoek en d« hoogte der zon te
vinden ?
2. Gegeven zijnde de z. breedte 30", de uurhoek 2«,