Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
86-
zomerzonncstandspunt bevindt, voor den hemelstand
onder den noordpoolcirkel, een' parallelcirkel beschrijft» >
boven den horizon en dezen in het noordpunt aanrakende.,
Op den 22 Jnni zal dns de zon, 12 uren na de;
bovenste culminatie of na den middag. welk tijdpunt;
middernacht genoemd wordt, tot in het noordpunt van i
den horizon gedaald zijn, en op hetzelfde oogenblik,,
dat zij schijnt te zullen ondergaan, komt zij weder op>
en klimt boven den horizon: de zon gaat dus op dien i
dag niet onder, of met andere woorden, de dag duurt t
24 uren. Op den 22 December daarentegen, wanneer:
de zon in het winterzonnestandspunt staat, zal zij in i
hare bovenste culminatie slechts den horizon aanraken r:
op dien dag zal men dus om 12 uren of op den mid-
dag de zon aan den horizon zien verschijnen , en op i
hetzelfde oogenblik, dat men den dag ziet aanbreken ,,
daalt de zon weder beneden den horizon of begint de;
nacht. Op den 22 December duurt derhalve de nachtt
24 uren.
Heeft men de globe overeenkomstig 66"32'3O" zuiderr
breedte geplaatst, dan zal men juist het omgekeerde;
opmerken. In den zomerzonnestand zal dan de nachtt
24 uren en in den winterzonnestand de dag 24 ureni
duren.
Bij deze voorstellingen hebben wij de uitwerking vani
de straalbreking niet mede gerekend ; uit de tafel vani
No. 34 blijkt, dat de verschijnselen, die wijb.v. voori
den hemelstand onder 66''32'30"' voorstelden, eigenlijks
voor den hemelstand onder 65°38' plaats grijpen.