Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
85-
van den kreeftskeerkring, ofvmet andere woorden; op
al de andere dagen des jaars culmineert de zon ten
zuiden van liet toppunt.
Voor den liemelstand onder den steenbokskeerkring,
ziet men op dezelfde wijze , dat de zon in den winter-
zoiinestand , dat is, op den 22 December in hot top-
punt, cn op al de andere dagen des jaars benoorden
het toppunt culmineert.
c. Voor den schuinen hemelstand onder de poolcirkels
plaatse men de globe overeenkomstig 6 6"32'3 O"noorder
of zuider breedte.
Laat ons in de eerste plaats de globe overeenkomstig
6G"32'30" noorder breedte stellen, dan ziet men, dat
ecnig punt van den noordpoolcirkel in het toppunt
staat, dat dc kreeftskeerkring den horizon in het noord-
punt , daarentegen de steenbokskeerkring den horizon
in het zuidpunt aanraakt. Draait men daarom de globe
in de richting van de schijnbare dagelijksche beweging
des hemels, om hare as, dan ziet men , dat de punten
van den kreeftskeerkring nooit onder- en die van den
steenbokskeetfering nooit opgaan. Plaatste men de
globe overeenkomstig 66''32'3ü" zuider breedte, dan
zou men het omgekeerde zien , namelijk , dat de punten
van den steenbokskeerkring voor dien hemelstand nooit
onder- en die van den kreeftskeerkring nooit opgaan.
De keerkringen zijn derhalve voor den hemelstand on-
der de poolcirkels de grensparallellen voor de hemel-
lichamen, die nooit ondergaan en nooit opkomen.
Hieruit volgt, dat de zon, wanneer zij zich in het