Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
84-
schrijven dus alleen dag- en nachtbogen of gaan op en
onder voor de breedte van Amsterdam.
Plaatst men de globe overeenkomstig eenigen graad
zuider breedte, dan vindt men op dezelfde wijze de
grensparallellen voor de sterren, die voor .die breedte
nooit onder- of nooit opgaan.
Voor den schuinen hemelstand onder de keerkringen
plaatst men de globe overeenkomstig 28''3 7'30" noor-
der of zuider breedte.
Laat ons b. v. de globe overeenkomstig SS'^T'SO"
noorder breedte stellen, dan ziet men, dat eenig punt
van den kreeftskeerkring in het toppunt staat; dat de
noordpoolcirkel den horizon in het noordpunt en de
zuidpoolcirkel den horizon in het zuidpunt aanraakt.
Draait men thans de globe om hare as, in de richting
van het oosten naar het westen, dan ziet men , dat
de punten van den noordpoolcirkel nooit onder- en die
van den zuidpoolcirkel nooit opgaan.
Plaatst men de globe overeenkomstig 23''27'30"zui-
derbreedte , dan zal men zien , dat in dien hemelstand
de punten van deu zuidpoolcirkel nooit onder- en die
van den noord poolcirkel nooit opgaar.
Is het hemellichaam de zon , dan ziet men bij de :
omwenteling der globe om hare as, dat zij in den
zomerzonnestand een parallelcirkel beschrijft, die door
het toppunt gaat, en dat zij dus op den 22 Juni in
het toppunt culmineert.
De parallelcirkels, die de zon op de andere dagen
des jaars beschrijft, snijden de meridianen ten zuiden