Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
83-
ben. Is het hemellichaam de zon, en bevindt deze
zich in den equator, dan zijn dus dag- en nachtboog
of dag en nacht even lang. Klimt de zon benoorden
den equator , dan worden de dagbogen steeds grooter
en de nachtbogen kleiner, of de dagen langer en de
nachten korter; daalt de zon beneden den equator
dan heeft het omgekeerde plaats, de dagen worden dan
steeds korter en de nachten langer. Plaatst men de
■globe overeenkomstig eenigen graad zuider breedte,
dan zal men juist het omgekeerde zien.
Denkt men zich in den vorigen stand der globe een'
parallelcirkel , op 5 2'/j" afstand van de noordpool, dan
zal die cirkel den horizon in het punt van het noorden
aanraken; door de aswenteling des hemels zullen de
punten van dien parallelcirkel derhalve nooit ondergaan;
al de sterren, die zich tusschen dezen parallelcirkel en
de noordpool bevinden, gaan bijgevolg voor Amsterdam
nooit onder; deze sterren zijn dan de
voor de breedte van Amsterdam.
Denkt men zich evenzoo een'parallelcirkel, op 52'/j"
afstand van de zuidpool, dan zal deze cirkel den hori-
zon in het zuidpunt aanraken ; men ziet dan gemakke-
lijk , dat al de punten van dezen parallelcirkel voor
Amsterdam nooit kunnen opgaan. Al de hemellicha-
men , die zich tusschen dezen parallelcirkel en de
zuidpool bevinden, gaan bijgevolg voor Amsterdam
nooit op.
De hemellichamen, die zich aan de streek des he-
mels , tusschen deze twee parallelcirkels bevinden, be-
6*