Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
helft van de ecliptica steeds boven en de andere helft
steeds beneden den horizon blijft, waardoor het komt,
dat men aan de polen 6 maanden achtereen dag en 6
maanden nacht heeft;
dat de hemellichamen, gedurende de dagelijksche
omwenteling des hemels, voor de bewoners van de
noordpool, zich van de linker- naar de rechterhand, en
voor die van de zuidpool, zich in omgekeerde richting
bewegen.
10. VRAAGSTUK.
Door middel van de aardglobe den schuinen hemelstand voor •
te stellen?
a. Men plaatse de globe overeenkomstig eene wille-
keurige noorder of zuider breedte, tusschen 0oen90o, ,
b.v. overeenkomstig 52'/2° noorder breedte, de breedte
van Amsterdam. In dezen stand bemerkt men, dat de ;
equator en al de parallelcirkels schuin op het vlak van
den horizon staan; beweegt men dan de globe om
hare as in de richting van de dagelijksche beweging ;
des hemels, dan ziet men:
dat al de hemellichamen, gedurende die beweging,,
parallelcirkels moeten beschrijven , die schuin op den
horizon staan , waaruit dus volgt, dat al de hemelli- ■
chamen schuin moeten op- en ondergaan , en de dag-
en naehtbogen , behalve van die hemellichamen, welke 3
zich in deu equator bevinden, verschillende lengte heb-