Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school
Auteur: Kruseman, Arie Cornelis
Uitgave: Haarlem: Erven Loosjes, 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: KVB VHBr. 1:1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203275
Onderwerp: Kunstwetenschappen: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de kunstwetenschappen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
gouds, die wij jaarlijits over onze eigen industrieelen
zouden kunnen verdeeld zien, worden den vreemdeling
in den schoot geworpen, tonnen gouds onthouden aan
den eenvoudigen werkman, die er, ware hij slechts wat
meer voor zijn arbeid bekwaam gemaakt, ruimer woning,
beter voeding, meer levensgenot voor zou kunnen koopen
voor zich en zyn gezin. Bij deze dagelijksche ervaring,
bij deze zich al dieper en dieper vestigende overtuiging,
is het onze plicht, naar middelen om te zien, ten einde
hieraan te gemoet te komen.
Onder de gebeurtenissen, waarmede wij rekening dienen
te houden, mogen wij niet blind zijn voor de sociale
verschijnselen en behoeften van den tijd waarin wij leven.
Daartoe behoort de verbazende omwenteling, die er in
de laatste jaren op het gebied der nijverheid heeft plaats
gehad. Alle beschaafde volken hebben er in gedeeld, de
kleinere zoowel als de groote, en wie er zich tot nog toe
buitenhield, ondervindt de schade en de schande van
zijn traag achterblijven. ])e aanvang dier omwenteling
dagteekent van de eerste wereldtentoonstelling in 1851
te Londen. In dat jaar openden zich de deuren van het
glazen wonderpaleis, waarin alle natiën der aarde de
voortbrengselen harer industrie, als tot een algemeenen
wedstrijd, hadden bijeengebracht. Uit alle streken der
wereld stroomden dag aan dag duizenden toe om van
die schitterende uitmonstering getuigen te wezen. Elk
volk had het uitnemendste gezonden wat het had kunnen
bijbrengen , ieder had zijn best gedaan uit te blinken
op zijne wijze. En zeker, ieder volk mocht zich dan ook
wel eenigermate verhoovaardigen op den rijkdom zijner
uitstalling, op de veelzijdigheid zijner nijverheidsproducten,