Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school
Auteur: Kruseman, Arie Cornelis
Uitgave: Haarlem: Erven Loosjes, 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: KVB VHBr. 1:1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203275
Onderwerp: Kunstwetenschappen: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de kunstwetenschappen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
verklaringen moeten gegeven worden, waartoe de onderwyzer
volkomen in staat moet zyn.
„Na het teekenen van hlokmodellen en hunne groepeering on-
derling , zouden voorwerpen uit het dagelijksch leven, een stoel,
een bank, een kastje, een tafel of ander meubel, tot voorbeel-
den kunnen strekken.
„Bij het einde van dezen vierjarigen cursus, kan de leerling
dan inderdaad hand en oog geoefend hebben en voldoende voor-
bereid zijn , tot de verdere opleiding aan de middelbare school.
Het elementaire teekenonder wijs zou daardoor op de middelbare
school geheel kunnen vervallen, en men daar beginnen met
pleistermodellen. Niet langer zouden de teekenonderwijzers aan
hoogere burgerschool of burger dag- of avondschool, dan be-
hoeven te klagen over de onvoldoende ontwikkeling hunner
leerlingen, maiar ook daar zou het onderwijs veel meer kunnen
worden uitgebreid."
Rapport der R ij ks -commissie tot het instellen
van een onderzoek naar den toestand der Neder-
landsche kunstnijverheid, 's Grravenhage, 1878.
'Pas zijn nog slechts de twee eerste vellen van deze
Afdeeling verschenen. Zij geven nochtans alle uitzicht, dat de
voortzetting van deze ofticieele uitgave van goeden invloed zal
zyn op de bevordering van het algemeen teekenonderwys hier
te lande. De beide verschenen vellen bevatten 1® een beknopte
geschiedenis van onze wetgeving op dit punt sinds 1817 ,
2" eene beredeneerde mededeeling, dat op het 5« hoofdstuk der
Staatsbegrooting voor 1879 aan de Regeering een crediet is ge-
opend van ƒ 15000,— voor „subsidiën aan teekenscholen en
akademiën, benevens medailles voor de leerlingen dier scholen
en verdere kosten tot verbetering van het teekenonderwijs" en
een memoriepost van een gelijke som voor eene normaalschool
voor onderwyzers in het teekenen, en 3° het Rapport van de
by besluit van 12 Sept. 1878 naar Engeland afgevaardigde
Commissie, bestaande uit de Heeren Jhr. Mr. Victor de Stuers
en Dr. M. Salverda, ten einde „een onderzoek in te stellen
naar en een verslag uit te brengen aangaande de inrigting van
buitenlandsche teekenscholen, bepaaldelyk ten behoeve van de
verbetering van het teekenonderwys." In dit Rapport is mede
opgenomen de vertaling van eene redevoering, uitgesproken