Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school
Auteur: Kruseman, Arie Cornelis
Uitgave: Haarlem: Erven Loosjes, 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: KVB VHBr. 1:1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203275
Onderwerp: Kunstwetenschappen: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de kunstwetenschappen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
vestigd. Beter nog is het, dat de onderwyzer zelf op het school-
bord de figuren voorteekent, opdat de leerling te voren zie,
op welke wgze het voorbeeld ontstaat. Bij de opeenvolging
dezer voorbeelden (figuren) zou de onderwgzer gebruik kunnen
maken van een handleiding, die in hoofdtrekken de methode
aangeeft, terwyl het aan de persoonlykheid van den onderwyzer
moet worden overgelaten, de détails te regelen naar omstan-
digheden en eigen inzicht.
„Wg achten het hier de plaats niet, een dergelyke handlei-
ding in haar geheel voor te stellen, maar bepalen ons tot de
volgende aanwyzingen.
„Men beginne met rechte lijnen, in horizontalen, verticalen,
schuinen, evenwydigen , loodrechten stand, en in verbindingen
tot hoeken, ruiten, veelhoeken.
„Men zette deze samenstellingen van rechte Ignen voort tot
symmetrische figuren, sterren, parket-verdeelingen, mozaieken,
enz. Ook tot bordures of bandversieringen als maanders en
dergelyken.
„Vervolgens teekene men op de twee te voren getrokken assen
den cirkel, en zoodra de leerling in staat is, dezen zoo zuiver
mogelgk te trekken, neme men gedeelten van cirkels, cirkels
in verbinding met elkaar en met de rechte Ign tot eenvoudige
symmetrische figuren, rosetten, patronen, enz.
„Ten laatste ga men over tot het trekken van vrye gebogen
lijnen en passe deze toe op bouwkundige profillen, eenvoudige
vaasvormen, bekers en gereedschap, enz. in het dagelyksch
leven voorkomende. Voor deze laatste rubriek vooral kieze men
de voorbeelden met de meeste zorg, opdat slechts onberispelgk
zuivere vormen en bevallige profileeringen worden geteekend.
„Jlet eenvoudige motieven aan het gebied van het plantorna-
ment ontleend, wordt deze eerste cursus besloten.
„Al deze figuren en ornamenten moeten uit de vrge hand
worden geteekend. Passer of liniaal mogen daarby niet gebruikt
worden.
„De twee volgende jaren van den vierjarigen cursus zouden
wij wenschen besteed te zien aan het teekenen naar de natuur,
waarby gebruik gemaakt wordt van blokmodellen, de cubus,
Pyramide, prisma, enz., later kegel, cylinder en bol, met be-
hulp van eenvoudige draadfiguren.
„By deze teekenoefeningen zullen aan de leerlingen bevattelyke