Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school
Auteur: Kruseman, Arie Cornelis
Uitgave: Haarlem: Erven Loosjes, 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: KVB VHBr. 1:1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203275
Onderwerp: Kunstwetenschappen: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de kunstwetenschappen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
könnte offenbar bei genügenden Lehrkräften und Lehrmitteln in
der Hälfte der Zeit selbst mit massig begabten Schülern er-
reicht werden."
Pädagogische Studiën. Die gewerbliche Bil-
dungsfrage, von Dr. Karl Bücher. Eisenach, 1877.
„De ontwikkeling onzer zintuigen heeft plaats zonder dat
wy er van bewust zyn, en daarom schynt zy ons de eenvou-
digste en natuurlykste zaak ter wereld. Omdat wy zien en
hooren, zonder ons te bekommeren om hetgeen in ons plaats
grypt, en vooral zonder te denken aan de achtereenvolgende
werkingen, waaraan ons verstand daarbij onderworpen was;
omdat de dieren zien en hooren als wy, daarom houden wy de
ontwikkeling dier zintuigen voor iets instinctmatigs. Wy schen-
ken niet de minste aandacht aan de vorming dezer verschillende
vermogens by kleine kinderen, maar laten die meestal aan het
toeval over. Dat is een grove fout. De ontwikkeling onzer zin-
tuigen heeft op onze verstandelijke vermogens een grooten in-
vloed. Evenals .sommige menschen in hun taal een gebrekkige
uitspraak, welke zij zich in hunne jonge jaren hebben aange-
wend, tot het einde hunner dagen behouden, zoo ondervindt
somtyds het geheele leven den hoogstnadeeligen, gedachten,
oordeel en smaak bedervenden invloed van de indrukken, door
ons, zonder op de waarde daarvan opmerkzaam gemaakt te zyn,
sinds onze kindschheid byeengegaard en als met ons zeiven
vergroeid."
Henry Havard, Het teekenonderwy s inErankryk.
' '. „De wetten van vraag en aanbod zyn ook voor de kunst
geschreven. Geloof niet, dat gij werkelijk de herleving van
kunst en kunstindustrie zult verzekeren, alleen door kunste-
naars en bekwame ambachtslieden te vormen. Zoolang niet het
geheele volk voor kunst een geopend oog heeft, zoolang het
niet onderscheid weet te maken tusschen mooi en leelijk, tus-
schen smaak en wansmaak, zoolang er geen vraag naar kunst
zal zyn, zult gy op den duur uw artisten en uw werklieden
zien honger lyden of daarheen trekken waar naar hen gevraagd
wordt, dat is naar het buitenland. Kunstenaar en ambachtsman
moeten derhalve tegelyk met het geheele volk worden
onderwezen en verbeterd; de ontwikkeling van producent en