Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school
Auteur: Kruseman, Arie Cornelis
Uitgave: Haarlem: Erven Loosjes, 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: KVB VHBr. 1:1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203275
Onderwerp: Kunstwetenschappen: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de kunstwetenschappen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Dat wenschen wij dan ook voor ons land in navolging,
wensehen we met den ernstigsten aandrang. Ook bij ons
mag de school wel wat frischheid en nieuw leven krijgen
en wat doelmatiger worden ingericht. En deze wensch
komt van ons, nijverheids-mannen, niet bij uitsluiting.
Ik beroep mij op getuigen, die meer recht op gezag
kunnen doen gelden dan ik.
In het uitmuntend boekje van den Heer J. H. van
Duinen: „Ontwikkeling van het schoonheids-
gevoel in de lagere Volksschool", als bekroond
antwoord op hare prijsvraag verleden jaar uitgegeven
door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, uit de
schrijver de volgende klacht: „Die groote scholen, waar-
din onze kinderen eenige uren daags worden opgesloten,
„strijden zoo lijnrecht met hun vroolijke natuur. Het
„onderwijs en de localen zijn veelal zoo koud, zoo één-
„vormig, en niet aantrekkelijk voor het jonge volkje.
„Konden die localen, hoe goed ook van akoestiek en
„ventilatie, van ruimte en verwarming, niet wat vroo-
„lijker, die voorstellingen van den onderwijzer wat pitto-
„resker zijn? Het levenslustig geestje wordt zoo zelden
„anders bezig gehouden dan alleen met dwangarbeid aan
„letters en cijfers, 't Kan zoo koud zijn in die scholen,
„waartegen geen kachels baat hebben."
Gretig nemen wij deze verzuchting over. Ja waarlijk
kan het er koud zijn. De Heer van Duinen eischt er,
ter opwekking, kunstonderwijs door praktijk en woord.
Hij toont aan, zonneklaar en gemoedelijk, hoe het leeren
en altoos leeren niet genoeg is voor het jeudig kinder-
gestel; hoe de ontwikkeling van het schoonheidsgevoel
evenzeer en nog veel hooger ontwikkelend werkt dan
lezen, schrijven en rekenen; hij wil, dat de kinderen