Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school
Auteur: Kruseman, Arie Cornelis
Uitgave: Haarlem: Erven Loosjes, 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: KVB VHBr. 1:1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203275
Onderwerp: Kunstwetenschappen: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de kunstwetenschappen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Hildebrand in zijne Camera Obscura zoo tastbaar en
aandoenlijk beschreven, ze ondergaan ze, even als wij
allen deden, zonder morren of zuurzien. Uit hunne kleine
wereld komt geen verzet, geen klacht, geen verzuchting.
Maar een andere vraag is het, of wij, volwassenen,
die het meesterschap der jaren en der macht bezitten,
vrede kunnen hebben, in gemoede vrede, met hetgeen
wij ten opzichte van onze kinderen doen of verzuimen.
Die kleine menschen van 6—12 jaar geven zich met
ziel en lichaam over aan ons, hun voogden, hun ver-
zorgers, opdat wij hun verstrekken zouden wat wij mee-
nen dat zij voor den strijd des levens, dien zij te gemoet
gaan, van noode hebben. Die gretige oogen staan open voor
alles wat wij hun willen laten zien en doen opmerken, die
weeke harten ontsluiten zich voor iederen indruk, en ook
die lenige handen, die vlugge vingers, hunkeren naar oefe-
ning, naar bezigheid. Geen leeftijd, waarin het geheele
maaksel van den mensch zoo photographisch gevoelig
is voor elke speling van licht, geen tijd en geen akker
zoo vat-'en vruchtbaar voor alle zaad, geen jaren, waarin
meer partij te trekken is voor het gansche volgend leven.
Onder dat besef, door de nieuwere zienswijze opgewekt,
gevoelen ook wij hier te lande ons geweten niet rustig,
ook niet met de nieuwe wet op het lager ouderwijs in
de hand, en al weten wij dat het ook in het buitenland
nog niet volmaakt is. Het is, met bijna niet noemens-
waardige wijziging, hetzelfde oude geijkte program, dat
bij de jongste herziening is voorgeschreven en, laat ons
billijk zijn , ook overal elders pleegt voorgeschreven te
worden. Maar toch, die bestaande regel drukt, want hij
druischt in tegen ons besef van ongenoegzaamheid. Waar
hij ook gevolgd wordt, niet alleen hier, maar over de