Boekgegevens
Titel: Het teekenonderwijs op de lagere school
Auteur: Kruseman, Arie Cornelis
Uitgave: Haarlem: Erven Loosjes, 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: KVB VHBr. 1:1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203275
Onderwerp: Kunstwetenschappen: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de kunstwetenschappen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het teekenonderwijs op de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
weinigen, die deze talenten gelijkmatig en behoedzaam
wisten uit te zetten op winst
Wat de ouders in dit opzicht ten overstaan hunner
kinderen verzuimden, kon, bij den besten wil, niet geheel
verholpen worden op de school, aan welke zoo velen, helaas,
de taak der opvoeding grootendeels overlaten. Uit den
aard dier inrichting wordt daar alleen acht gegeven op
de verstandelijke ontwikkeling der kleinen en op een
zekere mate van intellectueele vorming, die zij in de
maatschappij moeten medebrengen. Hoe voortreffelijk het
onderwijs door den leeraar ook moge worden toegepast,
het kind volgt daar den ouden cirkelloop van het lezen,
het schrijven, het rekenen, de beginselen der vormleer,
die der taal, die der vaderlandsche geschiedenis, die van
de kennis der natuur, nu en dan afgewisseld met wat
zingen. Is dat — vroegen de napluizers van Fröbels
beginsel — is dat nu wel waarlijk alles, wat onze jonge
menschelijke natuur noodig heeft, om te geraken tot hare
volle harmonische ontwikkeling en tot de eischen des
maatschappelijken levens, waaraan ieder zal hebben te
voldoen ? Zeker, tot heden toe was het altoos goed gegaan:
de school had knappe burgers aan de samenleving afge-
leverd ; de kinderen zeiven schikten zich in 't geval, en
hunne natuurlijke opgeruimdheid en levenslust hadden er
blijkbaar niet veel schade onder geleden. Ue jeugd van
6—12 jaar is gedwee en laat met haar doen wat men
goeddunkt. Men plaatst de kleinen rij aan rij op banken,
en zij zitten; men laat hen staren op den muur of op
hun lesboek, en ze zien; men leert hun taalregels,
geschiedenis, aardrijkskunde, vormleer, en werktui-
gelijk zeggen ze na en nemen aan wat onderwijzer of
lesboek hun voorzegt; de kinderrampen door onzen