Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
93 HET PLANTENLEVEN DER WOESTIJN.
Budargana in de Gobi. Iets hooger staan de houtgewas-
sen , welke in geene enkele woestijn ontbreken. In Australië
vormen zij de beruchte «scrubs,» den vloek van het land,
zoo dicht ineengegroeid, dat de reiziger zich slechts met
een bijl een weg door hen kan banen. Zij bestaan
voornamelijk uit dwergacacia's, in algemeenen vorm over-
eenstemmende, maar verrassend menigvuldig in verschei-
denheid van tak- en bladvormen.
Ook hare boomen heeft de woestijn. Reeds op de
onvruchtbare Hammada treft hier en daar een eenzaam
groeiende acacia het oog van den reiziger. Maar vooral
merkwaardig zijn drie boomvormen, welke in drie ver-
schillende werelddeelen de eentonigheid van den woes-
tijnbodem verbreken. De eerste van deze, de dalea spinosa
in de Mohave-woestijn, verliest, nog voor zij haren vol-
komen wasdom bereikt heeft, alle bladeren. De taak dier
bladeren, het ontleden van het opgenomen koolzuur,
wordt nu overgenomen door stam en takken, welke het
daartoe vereischte chlorophyll of bladgroen in hunne
buitenste schors verzamelen, zoodat dit gewas het zeld-
zame schouwspel aanbiedt van een geheel groenen boom
zonder bladeren. In de Gobi-woestijn verdient de Sak-
boom eene nadere beschouwing om zijn belang voor
de Mongoolsche stammen. Eigenlijk is het een heester,
welke op het naakte zand lo tot 12 voet hoog opgroeit.