Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
97 HET PLANTENLEVEN DER WOESTIJN.
Hammada heeft hare bladerlooze, doornige struiken; de
Kalahari en West-Australië worden om hun plantenkleed
tot de groene woestijnen gerekend, en het Mohave-gebied,
een van de meest woeste streken der aarde heeft weinige
plaatsen, waar de larrea mexicana geen wortel heeft ge-
schoten. Meestal heeft de natuur de zaden en kiemen
dezer planten op eene eigenaardige wijze uitgerust om
zich op elk plekje, waar slechts eenig vocht tot de opper-
vlakte doordringt, vast te kunnen hechten en zich verre
over het geheele woestijngebied te verspreiden. Zoo
draagt de Aristida in de Sahara aan het eind zijner aren
sierlijke witte vederbosjes, welke door den woestijnwind
overal worden heengevoerd, zoodat geen druppel water
den bodem drenkt zonder aan een dezer organen gele-
genheid te geven met het opgenomen vocht zijn voordeel
te doen. Vooral merkwaardig zijn in dit opzicht twee
andere planten der Sahara, de roos van Jericho en de
eetbare manna. De eerste droogt, als de vruchten rijp
zijn, samen tot een kleinen kogel, die door den wind
uit den zandigen grond wordt losgescheurd en heengevoerd
naar eene plaats, waar eenige vochtigheid op haar inwerkt.
Dan zuigt zij tengevolge van haar slijmgehalte begeerig
het water op, de verdroogde organen openen zich en
het bevrijde zaad dringt in den bodem. Eveneens wordt
ook de manna door stormen losgereten en medegevoerd