Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET GEBIED DER WOESTIJN. 84
Wij steken de Roode Zee over, om in Azië op nieuw
den woestijngordel te ontmoeten, die zich over de geheele
breedte van het werelddeel uitstrekt tot in de nabijheid
van den Grooten Oceaan. De Arabische met de daaraan
grenzende Syrische woestijn beginnen de reeks. Wel
wordt haar gebied tot een derde van het schiereiland
beperkt door de regenbrengende randgebergten aan de
kusten, maar dat derde is weinig minder dor en onvrucht-
baar dan de Saraha zelve, -— de woonplaats van de zwer-
vende Bedoeïnen, de geleiders of roovers der karavanen,
naarmate hun belang dat meebrengt. Perzië zet het woes-
tijngebied voort met zijne zoutsteppen, waarin het zout
als een blinkend witte korst den bodem bedekt, zijne
rivieren, die in het zand verdwijnen, en zijn wolken-
loozen hemel, zoo droog, dat het ijzer er niet roest en
het vleesch niet bederft. Nog verder gaat de woestijn,
in het zuiden over den Indus in het noorden naar
Toeran, waar de Tebbad heerscht, de zandstorm, die
op den vasten grond slechts met aanvallen van koorts
plaagt, maar in het zand alles in een oogenblik kan
begraven, terwijl de korrels door hem opgejaagd bij het
neervallen den reiziger als een vonkenregen op de huid
branden.
Als de zuid-westmoesson, welke den passaatgordel
in zuidelijk Azië verbreekt en door zijn regenrijkdom de