Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET GEBIED DER WOESTIJN. 77
sluier. Daar vallen droppels, eerst enkele zware, dan
dichter en dichter, tot de regen nederklettert in de
straten en de wandelaars vluchten, zoo haastig zij kun-
nen , in winkels en woonhuizen en waar zich slechts een
dak hun ter beschutting aanbiedt.
«O! die regen, die regen! daar juist kwam hij aan,
däär, bij den hoek van de straat. — Ik voelde mijn hart
al beven en eene kleur mij naar het hoofd stijgen. —
Nog een paar schreden en hij was bij mij: een vriende-
lijke oogwenk, misschien wel een rose-billetje mij onge-
merkt in de hand gestopt, ik zou gelukkig geweest zijn
voor den heelen dag. Daar komt die regen: ik loop hier
binnen, verlies hem uit het oog, en waar ik nu heenzie,
nergens, nergens vind ik mijn Willem. O! die regen,
die regen!»
Zeg, meiske! willen we eens op reis gaan, naar het
zuiden, naar het heele verre zuiden toe? Zie! daar is
een land, waar het nooit regent, waar zelfs geen enkel
wolkje het heldere blauw van den hemel verduistert en
de omtrekken zoo scherp geteekend zijn, dat ge uw
Willem zoudt kunnen zien, ik weet wel niet hoever wel.
Geene vuile modder zal daar uwe nette laarsjes bespat-
ten; integendeel, de uitdrogende wind, die er immer
uit het noord-oosten waait, houdt eiken droppel verre
van den dorstenden bodem. Däär behoeft ge niet beducht