Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
CHICAGO EN NIEUW-YORK. 6l
inneren aan de zee: sOnafzienbaar ver,» schrijft Franz
von Loher, «breidde zich de watervlakte uit, de golven
rolden en zweepten elkaar met de sierlijkste onstuimig-
heid. Aan het einde van den havendam stond een vuur-
toren, ter weêrszijden strekte zich de woeste, zandige oever
uit, daarop lag in het zand half begraven een verbrij-
zelde boot, aan den meeroever ebde drijfhout. In korte
tusschenpoozen zweeg de storm, dan vielen de golven
dadelijk ineen, en het meer straalde verre in het rond in
groenblauwen glans. Dan wêer raasden storm en wolken
er over heen, de golvende watervlakte scheen met een
donkeren sluier bedekt, en men zag weinig meer, dan
nu en dan een zeil opduiken en de tallooze meeuwen,
die om den vuurtoren fladderden en hun somber geschreeuw
vermengden met het kraken en zuchten der golven.»
Zijn vischrijke wateren dragen het vaartuig naar het
noorden, dan wendt bet zich naar het westen door de
Mackinaw-straat in het Huron-meer, vaart het schiereiland
Michigan om, en bereikt door de St. Clair-rivier voorbij
Detroit, Michigans' havenstad, het meer Erie, aan welks
oevers groote handelsteden als Cleveland, Erie en Buf-
falo en tal van kleinere havens elkaar verdringen. Aan
het westelijk einde vernauwt zich de watervlakte tot een
eng, rotsachtig kanaal. Eerst is het oppervlak nog elïen
en onbewogen, «dan begint de groene spiegel door kleine