Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 VAN TIEN-TSIN NAAR NISHNY-NOWOCIROD.
den te geven. Den nacht brengt men door onder den
blooten hemel. cMen ruimt de sneeuw weg tot op den
bodem, maakt een vuur aan en bereidt zich een nacht-
leger uit takken van naaldhout. Bij 30 of 40° Réaumur
vorst gebruiken de Promuischlenniki, gelijk die stoute
pioniers der beschaving in de Siberische wildernis ge-
noemd worden, hun koolsoep met Pilmeni — een soort
gehakt schapenvleesch, dat tot ballen gedraaid en met
meeldeeg omhuld, zich vrij lang goed houdt — maar
dikwijls gelukt het slechts met moeite den lepel uit den
ketel aan den mond te brengen, zonder dat zich aan
den rand een ijskorst vormt. Na zulk een avondeten
moet de reiziger zich tot zijn hemd uitkleeden, daar
hem anders de kleêren aan het lijf zouden vastvriezen.
Hij hult zich dan in pelsdekens, en moet zich in de
strenge koude den volgenden morgen weêr geheel op
nieuw aankleeden. Een Europeaan kost het vrij wat
moeite zich daaraan te gewennen, maar de Jakoet is
voor de kou geheel ongevoelig, hij trekt zijn wijden pels
uit, legt zich op de eene helft er van, dekt zich
met de andere toe en warmt zich den rug aan het
brandend houtvuur; soms verfrischt hij zich met een
dronk ijswater en het hindert hem volstrekt niet in den
slaap, al bedekt zich zijne huid ook met eene ijskorst.
Onder zulke lotgevallen bereikt men Krasnojarsk aan