Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WOESTIJN EN DE MENSCH. 115
het verkeer en door geene karavaan doorkruist wordt,
daar bewonen haar alleen die zwakke volken, welke door
anderen uit vruchtbaarder oorden verdrongen zijn en
hier door het gebrek langzamerhand zoo diep zinken, dat
zij ter nauwernood den naam van mensch meer verdie-
nen. Zoo zoekt de Bosjesman zich evenals de dieren
eene schuilplaats in de holen, welke door de natuur
gevormd zijn, en voedt zich de inboorling van Australië
met rupsen en wormen en spijzen, waar een Europeaan
zich met walging van afwendt.
Groot is de macht van de natuur op den mensch.
Maar eens komt er een tijd, dat hij zich langzamerhand
aan die macht ontworstelt, dat hij zijn gezichtskring
uitbreidt buiten de enge atmosfeer van zijne stad, zijne
provincie en zijn vaderland, dat hij zich tehuis gevoelt
in elk klimaat, in elke natuur, in elke omgeving als een
wereldburger op dit wijde aardrijk. En ook dit is hem
niet genoeg: hij wil die natuur,. wier slaaf hij eenmaal
was, op zijne beurt aan zich onderwerpen en zijne hand
doen gevoelen. Geen stroom is zoo breed, of hij werpt
er zijn bruggen over, geen rotsgesteente zoo hard, of
hij doorboort het met zijn spoorwegtunnels. Ook de
woestijn moet zijne macht gevoelen. Hij ontlokt haar
door zijne artesische bronnen het water, dat de eenmaal
dorre zandvlakte in eene oase herschept; hij ontwerpt