Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WOESTIJN EN DE MENSCH. 112
«Waarlijk vermakelijk ziet het er uit,» zegt Brehm,
«wanneer de vermoeide, hongerige en afgematte dieren
in de nabijheid van eene bron of rivier komen. Hoe
dom de leelijke schepsels ook zijn, die plaatsen, waar
zij vroeger eens hunnen dorst stilden, vergeten zij zoo
gauw niet. Zij heffen de koppen hoog naar boven, snuf-
felen met half toegeknepen oogen, richten de ooren
achterwaarts en beginnen nu plotseling zoo te loopen,
dat men zich vast in den zadel moet houden, om er
niet uitgeslingerd te worden. Komen zij dan bij de bron,
dan verdringen zij elkaar bij het water en de een zoekt
door zijn afschuwelijk gebrul den ander te verdrijven.
Aan het einde van de Bahiuda-woestijn kwamen drie van
onze kameelen aan een besproeiingskanaal, dat door een
scheprad werd gevoed en altijd door een levendig beekje
water naar het veld zond; daar stelden zij zich naast
elkaar en dronken drie minuten lang, zonder op te hou-
den, letterlijk al het water op, dat in het kanaal voort-
stroomde. Hun lichaam zwol oogenblikkelijk op, en bij
het verder reizen veroorzaakte het in den maag opge-
hoopte water een geraas, zooals meu het hoort, wanneer
men een half gevulde ton ronddraait.» Eindelijk zijn
alle gedrenkt en gespijzigd, waarbij de kameelen zich
zelfs niet ontzien het stroo van de weinige hutten der
oase af te bijten en te verteren; de pelgrims hebben