Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WOESTIJN EN DE MENSCH. 116
omwonden is. De afzonderlijke afdeelingen der pelgrims
hebben vaandels van verschillende kleur. Met vier kleine,
door kameelen getrokken kanonnen wordt het teeken
tot vertrek en tot rust gegeven, de pelgrims zingen met
schorre keel, vrouwen en kinderen schreeuwen, trommels
en pauken dreunen midden in het wilde geraas; daarbij
komt het snuiven der kameelen en het hinniken der
paarden.
Zoo uitgerust trekt de karavaan over Medina en het
dorp El Sofeine, waar zich de pelgrims uit Bagdad met
haar vereenigen, naar de heilige stad. Hoe dichter bij
Mekka, hoe vreeselijker het karakter der woestijn wordt.
«In deze woestenij, zegt Burton, scheen alles door de
hand des doods aangeraakt te zijn. De Arabieren zeg-
gen: «Hier is niets levend buiten Hem, den Schepper!»
De bodem was kaal en naakt, de horizon bood slechts
eene zee van luchtspiegelingen aan, langs den weg ver-
hieven zich steile rotsen, alleen of in groepen, zuilvormig
en op een smal voetstuk. Dan kwam een verwarde groep
bazaltrotsen en te midden daarvan verschenen bij den
nachtelijken tocht de gedaanten der kameelen als reus-
achtige spookgestalten. De heete woestijnwind ontrukte
aan de fakkels een vonkenregen en strooide dien rondom,
terwijl een onzeker licht met tusschenpoozen op de zwarte
rotsen en op de donkere massa der pelgrims viel.» Door