Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
113 DE DIEREN DER WOESTIJN.
De tweede goede eigenschap, welke den kameel ken-
merkt, is zijne snelheid, welke men niet van zulk een
lichaamsbouw zou verwachten. «De gewone gang is een
zonderling voortstrompelen en de kameel beweegt daartoe
bij elke schrede op eene zoo in 't oog vallende wijze zijn
kop voor- en achterwaarts, dat men zich nauwelijks een
leelijker aanblik kan denken dan zulk een wanstaltig dier
in zijne langzame beweging. Brengt men een looper
werkelijk in den draf, en behoort hij tot de goede ras-
sen, die zonder op te houden in den eenmaal aangeno-
men pas voortgaan, dan schijnt het zware schepsel licht
en schoon.» Vooral een goede rijkameel of Hedsjin,
gelijk hij in Afrika genoemd wordt, kan in korten tijd
ongeloofelijke afstanden afleggen, zoodat geen paard
hem kan bijhouden. Men rekent, dat men met zulk
een dier, als het behoorlijk verzorgd wordt, binnen
vier dagen den afstand van tachtig mijl, d. i. meer dan
honderd uur gaans kan doorreizen.
Het is niet te verwonderen, dat de Arabieren deze
nuttige dieren hoog in eere houden, en zorgen hen,
wanneer zij kunnen, steeds goed van het noodige te
voorzien, 's Winters houdt men hen aan de noordelijke
grens der woestijn 's nachts in stallen, die naast den
hoofdingang twee kleinere poorten hebben, door den Ara-
bier met zijne gewone dichterlijke overdrijving naald-oogen