Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
112 DE DIEREN DER WOESTIJN.
Alzoo da Costa. Aan deze, zijne meesterlijke schil-
dering heb ik slechts weinig toe te voegen. Het is bekend,
dat de kameel een zeer dom dier is, dat door zijne
onhandigheid en koppigheid zijn ruiter radeloos kan maken.
Doch het heeft twee eigenschappen, welke het bij uit-
stek geschikt maken tot woestijnpaard. Vooreerst zijne
genoegzaamheid, waardoor het zich met het slechtste
voeder tevredenstelt; zelfs de scherpste dorens schijnen
zijn maag niet te wonden. Evenwel heeft men deze deugd
dikwijls overdreven voorgesteld. Het is onder anderen
een sprookje, dat de kameelen het veertien tot twintig
dagen lang zonder water kunnen uithouden. Reeds na
den derden of vierden dag beginnen zij, bij volslagen
gebrek, er vermagerd en ziekelijk uit te zien, en is de
hooge bult bijna geheel verdwenen. Eveneens is het geheel
uit de lucht gegrepen, dat de reizigers in de woestijn,
als de nood op het hoogst geklommen is, in de maag
hunner kameelen nog eenigen watervoorraad kunnen vin-
den. Oude, in de woestijn grijs geworden kameeldrij-
vers, aan wie reizigers over dit vertelseltje inlichtingen
vroegen, hadden er vroeger nooit van gehoord, en waren
verstomd over zulk een verbazende leugen. Trouwens
zou dat water, door de vermenging met andere voedingsstof-
fen en het maagsap en door den onaangenamen reuk, welke
den geheelen kameel eigen is, volkomen onbruikbaar zijn.