Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
105 DE DIEREN DER WOESTIJN.
de rotskloven was verstomd. Reeds waanden wij ons in
eene andere wereld verplaatst, waaruit het leven ontvlo-
den was — daar — o wonder! laten zich twee vliegen —
gewone huisvliegen op ons neer! Welkome verschijning!
Nog zijn wij op de derde planeet.»
Wij keeren terug naar de Sahara. Het zou ons te ver
voeren, ai de dieren op te noemen, die haar bewonen:
van de muskiet, die de karavanen volgt, van de schor-
pioen en sprinkhaan, de schrik der omstreken, tot de
slanke gazelle en den snellen struisvogel. Doch een bewo-
ner telt de woestijn, die niet vergeten mag worden, het
dier, dat alleen van alle in dienst van den mensch ge-
treden is en hem de Sahara toegankelijk maakt, den kameel.
«De kemel! — 't levend schip, dat door de zandzeebareii
Zijn koers houdt, rijk bevracht met keur van Oostenvaren, —
't Woesiijnpaard, dat in 'tzaal, hem door natuur gewrocht,
Zijn ruiter rustig voert door d'eindeloozen tocht,
Hem knielend afwerpt en weêr opvangt, en, waar de oogen
Vergeefs een waterdrop als uit te lokken pogen,
Der karavane met zijn reuk ten dienste staat,
En weUen opspooit, die nog laven. Op de maat,
Van dat de zon herrijst, vervolgt het dier te vrede
Met onvertraagde vaart, met onverhaaste trede.
Gelijk de kloknaald tikt, zijn weg, tenzij zich 't Ued
Versnelle, waar ook hij gevoelig 't oor aan biedt:
De klaagzang, niet altijd eentonig, van den drijver,
Of wel, de lofpsalm van den pelgrim, vol van ijver
Maar lijdzaam, die aan 't eind van 't onverkwikkend pad
Jeruzalem zal zien, de onsterfelijke stad.»