Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
97 DE DIEREN DER WOESTIJN.
als die van bijna alle woestijnbewoners de kleur van den
bodem draagt. Met hunne korte voorpootjes rondtastende,
doen zij zich te goed aan de weinige eetbare knollen en
wortelen, welke de woestijngrond aanbiedt. En zijn zij
verzadigd, dan spelen en dartelen zij met elkaïlr in den
helderen maneschijn. Eensklaps doet zich een nauw
merkbaar geritsel hooren, en op 't zelfde oogenblik springt
de woestijnlosch, de karakal, met boosaardig glinsterende
oogen onder dc verschrikte diertjes. De een weet eene
opening te bereiken en is in een oogenblik in den grond
verdwenen; de anderen springen, met de voorpootjes naar
elkaar gebogen en den staart recht naar achteren ge-
strekt ter bewaring van het evenwicht, op hunne lange
achterpooten zoo snel voorwaarts, dat hunne beweging
de vlucht van een vogel gelijkt. Een enkele slechts,
minder snel ter been, heeft zich laten verrassen en blijft
de buit van den stouten roover.
Ginds sluipt de fenek rond, de listige woestijnvos, aan
wiens fijne ooren geen enkel teeken van dierlijk leven
ontgaat. Hij heeft het spoor gevonden van een troep
woestijnhoenders. «Misschien heeft slechts de een of
ander het pad gekruist, waarop de gauwdief voortsluipt,
maar dat is hem voldoende. Zorgvuldig wordt het spoor
opgenomen, met zijn neus langs den grond gaat het verder
zonder geluid te maken, onhoorbaar en onzichtbaar. Dc
7