Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
94 HET PLANTENLEVEN DER WOESTIJN.
Onder deze boomen richten de Mongolen hunne Jurten,
tenten op, daar zij dan nog beter tegen de winterkoude
beschermd zijn dan in de kale woestijn. De stam levert
uitstekend brandhout, en de bladerlooze, maar sappige
takken vormen het hoofdvoedsel der kameelen. — Van
nog meer belang voor den mensch is hier het Agrio-
phyllum gobicum, een stekelachtig gewas, welks zaad
geroosterd en fijngestooten tot meel eene voedzame en
smakelijke spijs oplevert. Bij aanhoudende droogteeven-
wel mislukt de oogst en dan lijden de Mongolen een
geheel jaar door gebrek. —
De merkwaardigste van alle boomvormen der woestijn
is de Welwitschia mirabilis in de Kalahari. Deze verheft
zich in den vorm van een tafelblad, welks omvang soms
twaalf tot veertien voet bereikt, slechts weinige centime-
ters hoog boven den grond, terwijl het grootste gedeelte
der houtmassa wigvormig in den bodem dringt. Gedu-
rende haar, naar men zegt, honderdjarig leven wordt
zij steeds grooter in omvang, maar niet in hoogte, en
aan weerszijden van den stam ontwikkelen zich slechts
twee slap neerhangende, maar onvergankelijke bladeren,
welke dikwijls twaalf tot achttien voet lang worden. Die
twee bladeren zijn de zaadlobben, van wier ongestoorde
werkzaamheid de voeding van het geheele organisme
afhangt. Dezen boom, welke in een der onvruchtbaarste