Boekgegevens
Titel: Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2432
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203272
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit het leven der aarde: geografische studiën en fantasiën
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE THEEBOUW IN' CHINA. 4
vrouwen worden weggedragen. Slechts een wijde broek
bedekt hunne leden, soms bij slecht weêr ook een soort
van rieten mantel, waarlangs het regenwater afloopt,
terwijl een groote, spits toeloopende hoed van gespleten
bamboes hun hoofd tegen de zonnestralen beschut. Van
een hemd of ander ondergoed weet de Chinees niet af;
hij, die al rilt bij de gedachte aan koud water, trekt
eenvoudig aan wat hij heeft, en houdt het aan, tot het
hem in lompen van zijn lichaam valt. En welk een
onderscheid tusschen die door de zon gebruinde boeren-
deern, en de fijne bleeke mandarijnsvrouw in haar
kostbaren zijden dosch met haar geschilderde wenk-
brauwen en de traditioneele kleine voetjes. Gene heeft
haar voeten noodig om te loopen en laat het aan de
rijke boerin over om ook die van hare dochters te
martelen, tot zij in kleinheid die der stadsdames evenaren.
Of zou het waar zijn, wat Tsau-ta-keu (oudtante Tsau)
in haar Nu-er-King (het boek der meisjes) schrijft, dat
de Chineezen de voeten der meisjes slechts binden om
hen te beletten te veel uithuizig te zijn?
Doch op ons theeveld hebben de arbeiders wel iets
anders te doen, dan te denken over opschik en sierlijke
voetjes. Daar werkt en wroet alles even ijverig van den
morgen tot den avond, en het schijnt nauwelijks noodig
dat de rijke eigenaar, gemakkelijk in zijn palankijn ge-