Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
En nu zegge men niet: gemoedsbezwaren zijn indiriduêel;
zij bebooren tot het for intérieur; zij mogen niet beoor-
deeld, zij moeten geëerbiedigd worden. Zou men dit werke-
lijk voor een ernstig argument willen laten gelden ? Zou
men ons werkelijk voor goede munt willen doen aannemen,
dat de staat alles moet eerbiedigen, wat eenigen zijner
burgers — zelfs al behoorden zij tot de besten in den staat —
als gemoedsbezwaren believen te beschouwen?
Toen Abraham Lincoln zijn naam onsterfelijk maakte
en Noord-Amerika de slavernij afschafte, toen waren er —-
er nog wel Dienaren des Woords — die op Bijbelsche gron-
den dien maatschappelijken gruwel verdedigden: Grod had
het zwarte ras gevloekt en tot gemak der blanken gescha-
pen. Die menschen hadden dus gemoedsbezwaren tegen de
afschaffing der slavernij. Had nu de staat daarom het
grootsche werk ongedaan moeten • laten? Het waren toch
gemoedsbezwaren!
De stichter van het Mormonisme beriep zich voor al zijn
leeringen en instellingen op goddelijke ingeving. De veel-
wijverij behoort tot de grondbeginselen van het Mormonisme.
Indien nu morgen een Mormoon zich in ons vaderland
vestigt en met twee vrouwen in huwelijken staat wil leven,
zullen dan de bepalingen onzer strafwet op de bigamie ver-
anderd moeten worden? De man zal toch gemoedsbezwaren
hebben, om slechts met één vrouw getrouwd te zijn!
Indien ik, op grond van bovennatuurlijke openbaring,
meen alles aan Grode en niets aan Caesar te moeten geven,
zal ik dan vrijdom van belastingen krijgen en zal de inner
der belastingen mijn huis voorbijgaan? Ik heb toch gemoeds-
bezwaar, om bij te dragen tot de huishouding van staat!
Toch komt het niemand in den zin, op zulke vragen,
ontkennend te antwoorden. Deedt gij het, men zou u een
ijlhoofdige of een onzedelijk mensch noemen. En toch,
wie principiëel verschil ziet tusschen deze absurde voorbeel