Boekgegevens
Titel: Leerplichtigheid
Auteur: Kerdijk, A.; Opzoomer, C.W.
Uitgave: Utrecht: J.L. Beijers, 1870
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. N a 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203258
Onderwerp: Onderwijs: recht op onderwijs
Trefwoord: Leerplicht
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerplichtigheid
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
het zieleheil hunner kinderen ') — verandering van art. 194
der grondwet. Inderdaad, de geheele moeijelijke en inge-
wikkelde schoolkwestie laat zich m. i. resumeren in deze
vraag: Is het onderwijs, dat op onze staatsscholen gegeven
wordt, van dien aard, dat een ieder er zijne kinderen heen
kan zenden?
Moest ik die vraag in gemoede ontkennend beantwoorden ,
ik zou niet de leerplichtigheid in strijd achten met den be-
staanden toestand, maar dien toestand zei ven als onrecht-
vaardig bestrijden; ik zou nooit worden wat men in Neder-
land een schoolwetman noemt, ik zou mij afscheiden van
de voorstanders onzer schoolwet, en met Anti-revolutionairen
en Ultramontanen gaan strijden tegen de tiranny der meer-
derheid en voor de vrijheid van geweten.
Kan een ieder zijn kind naar de openbare staatsscliool
zenden ? — dat is de allesbeheerschende vraag, bij de school-
kwestie zonder zoowel als met de leerplichtigheid. Wie in
het laatste gewetensdwang ziet, moet dien even goed zien
in den toestand, waarin onze schoolwetgeving thans verkeert.
Beantwoorden de liberalen de door mij gestelde vraag ont-
kennend, welnu! dan het met zooveel moeite opgetrokken ge-
bouw gesloopt, art 194 der Grw. en de schoolwet van 1857 uit
onze wetgeving geschrapt, en gesubsidieerde sectescholen
gesteld in de plaats van de neutrale staatsschool. Maar
beantwoorden zij de vraag toestemmend, dan ook dat ant-
woord eerlijk en consequent toegepast, en niet meer geschermd
met dien vermeenden gewetensdwang, die hun eigen be-
ginselen in het aangezicht slaat.
Dat de vijand der openbare school, die nu reeds van
gewetensdwang spreekt, zich verzet tegen de leerplichtig-
') Zoo spreekt hij o. a. in zijn „Parlementaire studiën en schetsen", 11 bl,
6, van die „achtenswaardige landgenooten......die, zoolang men hun niet
geeft, wat zij teregt het ziclevoedsel voor hunne kinderen noemen, niet tot
rust en lijdelijkheid zullen worden gebragt."